Ondersteunend
Iets minder informatiedichtheid, explicietere verbanden en een duidelijke structuur. Moeilijke woorden worden natuurlijk in de context uitgelegd. De tekst blijft volwaardig: echte inhoud, een echte verhaallijn en gewone zinsvariatie.
Kwaliteit en didactiek
Leesbloei is geen losse tekstgenerator. Achter elke tekst zitten expliciete productrichtlijnen, een automatische kwaliteitscontrole en een leerkracht die het laatste woord heeft.
Tekstlengte
Deze woordenbanden gelden alleen voor zelfstandig lezen in groep 4 tot en met 8. Voor zelf lezen in groep 3 werkt Leesbloei met groepsinstellingen en een optionele selectie van geleerde klanken. Voorlezen gebruikt andere instellingen.
| Groep | Kort | Normaal | Lang |
|---|---|---|---|
| Groep 4 | ca. 220 tot 330 | 300 tot 450 | 390 tot 585 |
| Groep 5 | ca. 290 tot 400 | 400 tot 550 | 520 tot 715 |
| Groep 6 | ca. 365 tot 510 | 500 tot 700 | 650 tot 910 |
| Groep 7 | ca. 440 tot 585 | 600 tot 800 | 780 tot 1.040 |
| Groep 8 | ca. 510 tot 695 | 700 tot 950 | 910 tot 1.235 |
Dit zijn Leesbloei-productrichtlijnen voor tekstlengte, geen landelijke toetsnorm.
Moeilijkheidsniveaus
Binnen dezelfde groep en hetzelfde onderwerp kun je de tekst lichter of zwaarder maken, zonder dat de inhoud verschraalt.
Iets minder informatiedichtheid, explicietere verbanden en een duidelijke structuur. Moeilijke woorden worden natuurlijk in de context uitgelegd. De tekst blijft volwaardig: echte inhoud, een echte verhaallijn en gewone zinsvariatie.
Gemiddelde informatiedichtheid en complexiteit voor de groep. Het niveau dat je in een normale les met de hele groep kunt gebruiken.
Meer impliciete informatie, een hogere informatiedichtheid, grotere afstand tussen verbanden, subtielere motieven en een complexere opbouw. De tekst blijft leesbaar voor de groep.
Uitdagender is niet simpelweg langer.
Complexiteit groeit mee
Niveau zit niet in woordlengte alleen. Deze zes aspecten bepalen samen hoeveel denkwerk een tekst vraagt.
Hoeveel informatie er per alinea op de lezer afkomt.
Hoeveel er niet letterlijk wordt uitgelegd.
Hoe ver stukjes informatie uit elkaar liggen die je moet combineren.
Hoe rechttoe rechtaan of gelaagd de tekst is opgebouwd.
Hoeveel perspectieven en nuance er in het spel zijn.
Wat een lezer al moet weten om de tekst te volgen.
Tekstprincipes
Deze uitgangspunten liggen vast in de productrichtlijnen en gelden voor elke tekst die Leesbloei maakt.
Kwaliteitscontrole
Elke tekst wordt eerst opgezet, dan geschreven en daarna gecontroleerd. Voldoet een tekst niet, dan volgt één gerichte herstelronde voordat je hem te zien krijgt.
Leesbloei controleert automatisch op meerdere kwaliteitsaspecten:
Die controle verkleint de kans op fouten sterk, maar garandeert geen foutloze tekst. Lees een tekst daarom altijd even door voordat je hem in de klas gebruikt, en pas aan wat je anders wilt.
Vaste meetlat
Naast de controle per tekst gebruikt Leesbloei een aparte tekstkwaliteitsbenchmark. Daarmee testen we productkwaliteit structureel en zien we of aanpassingen echt iets verbeteren.
Leerkrachtregie
Leesbloei levert een startpunt. Wat er in de klas komt, bepaal jij.
Voer geen persoonsgegevens van leerlingen in.
Jonge lezers
Voor zelf lezen in groep 3 kun je methodeneutraal korte en lange klinkers, tweetekenklanken, medeklinkers en combinaties selecteren.
Bij een expliciete selectie gebruikt de tekst alleen de gekozen klanken. Zonder selectie gelden de gewone groepsinstellingen zonder extra klankbeperking. Een kleine klankset maakt niet ieder onderwerp haalbaar.
Voorlezen is een andere route dan zelf lezen. Bij voorlezen kan een verhaal rijkere taal bieden en ruimte geven om samen te luisteren, praten en betekenis te geven. Bij zelf lezen staat decodeerbaarheid voorop.
Maak leesteksten met keuzes voor groep, niveau, lengte, tekstsoort, leerdoel en verwerking. Jij controleert wat je gebruikt.