Keuze voor de leerling
Invloed op onderwerp en inhoud maakt beginnen met lezen aantrekkelijker.
Ons verhaal
Met Leesbloei kiest de leerkracht groep, niveau, tekstsoort, leerdoel en verwerking. Een leerling kan binnen die kaders meebepalen waarover de tekst gaat. Zo ontstond het vanuit een vraag uit de klas.
Het begin
Er zijn genoeg goede teksten. Toch is het in de dagelijkse praktijk lastig om precies die ene tekst te vinden waarin alles samenkomt: wat er op dat moment in de groep leeft, de belevingswereld en interesses van leerlingen, het leesniveau en het leerdoel van je les.
Vaak past een tekst op één punt wel en op een ander punt net niet. Het onderwerp is boeiend maar te moeilijk. Het niveau klopt maar de inhoud zegt deze groep niets. Of het thema is actueel en er is simpelweg nog geen geschikte tekst voor.
Zelf teksten maken kost tijd die er op een gewone schooldag zelden is. Dat was het gemis waar Leesbloei uit voortkwam.
Wat we merkten
Toen we teksten zelf gingen maken, lieten we leerlingen steeds vaker meebepalen waarover die gingen: het onderwerp, een personage, de omgeving of een gebeurtenis in het verhaal. Soms herkende een leerling zichzelf in de tekst, of zag die zichzelf terug als personage.
We merkten in de praktijk hoeveel enthousiaster kinderen gingen lezen wanneer ze invloed hadden op de inhoud. Een leerling die zelf iets had gekozen, wilde het resultaat ook echt lezen. Klasgenoten waren vaak minstens zo nieuwsgierig naar wat eruit was gekomen.
In de klas zagen we steeds hetzelfde: wie invloed had op de inhoud, begon nieuwsgieriger aan de tekst.
Ruimte voor de keuze van de leerling. Regie voor de leerkracht.
Leesplezier en leren
Het idee stopte niet bij een leuk verhaal. Een tekst wordt pas bruikbaar in de klas als de leerkracht kan sturen op leesniveau, leerdoel, vragen voor begrijpend lezen, gerichte verwerking en differentiatie binnen de groep.
Voor jonge kinderen kan een verhaal de basis zijn voor interactief voorlezen, woordenschat en samen praten over betekenis.
Leesplezier en leesontwikkeling horen bij elkaar. Betrokkenheid is het startpunt, niet het eindpunt.
Eerst nieuwsgierig maken. Daarna verder leren.
De gedachte erachter
Leesbloei is een aanvullend instrument voor momenten waarop maatwerk helpt: een actueel thema, een specifiek leerdoel of een groep die iets anders nodig heeft.
De leerling kan invloed krijgen op de inhoud. De leerkracht blijft eindverantwoordelijk voor wat er geleerd wordt en voor wat er in de klas komt.
Lees wat je leuk vindt. Dan wordt lezen vanzelf leuker.
Die slogan komt rechtstreeks voort uit wat we in de klas zagen gebeuren.

Waar we op sturen
Deze vier uitgangspunten bepalen hoe Leesbloei werkt.
Invloed op onderwerp en inhoud maakt beginnen met lezen aantrekkelijker.
Herkenbare inhoud wekt nieuwsgierigheid naar de tekst of het verhaal.
De leerkracht bepaalt niveau, leerdoel en verwerking. Ook wat er uiteindelijk in de klas komt.
Afstemmen op groep, leesniveau en het doel van de les.
Maak leesteksten met keuzes voor groep, niveau, lengte, tekstsoort, leerdoel en verwerking. Jij controleert wat je gebruikt.